Welkom
Over Adri
Bekende Nederlanders
Politiek - Landelijk
Politiek - Lokaal
Reizen
Themaparken
Series
Overig

Zij-instromers zijn de toekomst

STEF BLOK (VVD) - Tienduizenden nieuwe leraren moeten de komende jaren de vacatures in de klaslokalen opvullen. De pedagogische opleidingen kunnen zoveel docenten echter niet leveren. Om die reden probeert de overheid mensen uit het bedrijfsleven te stimuleren over te stappen naar het onderwijs. Maar scholen zijn huiverig om deze zij-instromers in dienst te nemen. Ze moeten worden opgeleid, hebben veel begeleiding nodig en kunnen zomaar het salaris uit hun vorige baan meenemen, is de kritiek van schooldirecties en zittende docenten. Toch zijn zij-instromers de toekomst, is de overtuiging van parlementslid Stef Blok. “Scholen die terughoudend zijn, gooien een maatschappelijk probleem over de schutting. In de richting van ouders en leerlingen”.



Het onderwijs schreeuwt om leerkrachten. De komende vier jaar zijn op basisscholen naar schatting 28.000 nieuwe leraren nodig. In het voortgezet onderwijs kampt men met een gat van ongeveer 17.000 docenten. Onderwijsminister Maria van der Hoeven (CDA) denkt het personeelstekort deels te kunnen oplossen met zij-instromers; mensen uit het bedrijfsleven die, met behoud van hun salaris, voor de klas willen staan. Van der Hoeven wil de eerstvolgende vier jaar vierduizend zij-instromers aan een baan helpen. Tweede Kamerlid Stef Blok vindt dat het onderwijs geen keus heeft en wel zal moeten werken met zij-instromers. “Er dienen onconventionele bronnen te worden aangeboord om het lerarentekort te bedwingen. Vers bloed vanuit het bedrijfsleven het onderwijs binnenhalen is er één van.”

VVD’er Blok vindt het plan van de zij-instromers, in augustus 2000 door toenmalig onderwijsminister Hermans bedacht, een sterk idee, al is ook Blok niet blind voor de weerstand op de werkvloer. Het grootste probleem is de begeleiding. Scholen krijgen te weinig subsidie om daarvan adequate opvang van de nieuwbakken leerkrachten te kunnen betalen. Bovendien is er het tekort aan mankracht. En dat terwijl zij-instromers de begeleiding door collega’s belangrijker vinden dan de opleiding, zo blijkt uit onderzoek van de onderwijsinspectie. Blok: “Natuurlijk weet ik dat scholen en zittende leerkrachten zich verzetten tegen zij-instromers. Ik ken het verwijt dat zij hoger ingeschaald worden, maar daar moet je niet te krampachtig over doen. En de aanmerking dat zij-instromers erg veel begeleiding vragen, is geen reden om hen buiten de deur te houden. Dat is overigens geen typisch probleem voor het onderwijs. In het bedrijfsleven zie je hetzelfde dilemma: iedereen wil ingewerkte krachten, niemand kiest voor stagiairs. Maar zo werkt dat nu eenmaal niet: je moet tijd vrij maken voor het opleiden van mensen, anders sterft het beroep uit. Ook scholen kunnen op dat gebied hun verantwoordelijkheid niet wegschuiven.” Blok wil regionale afspraken maken over de opleiding van zij-instromers: een deel van hun training zou plaats kunnen vinden in regio’s waar geen of minder tekort aan leerkrachten is.

Aantekening op kwaliteitskaart
Scholen zijn zo huiverig om zij-instromers aan te stellen, dat in de kaartenbakken van de bureaus die bemiddelen nog ongeveer twintigduizend potentiële kandidaten zitten. Daarvan is eenderde niet meer beschikbaar, onder meer omdat ze al ander werk hebben gevonden of niet aan de opleidingseisen voldoen. 66 Procent is bereid en geschikt om de overstap naar het onderwijs te maken. Minister Van der Hoeven van Onderwijs is van plan scholen die halsstarrig blijven weigeren zij-instromers aan te nemen te straffen met een aantekening op hun kwaliteitskaart. Stef Blok knikt instemmend. “Wie zij-instromers bewust uit de school houdt, moet op den duur klassen naar huis sturen. Dat is een rechtstreekse aanval op de kwaliteit van het onderwijs. Weigerachtige scholen gooien een maatschappelijk probleem over de schutting, richting ouders en leerlingen. De volgende generatie is daarvan de dupe.” Ook het voorstel van de onderwijsminister om zij-instromers meer tijd te geven hun volledige onderwijsbevoegdheid te halen – niet twee, maar vijf jaar – krijgt de steun van Blok. “Je moet mensen uit het bedrijfsleven die in het onderwijs gaan werken ruimte bieden voor hun opleiding, maar natuurlijk niet ongelimiteerd. Daarnaast ben ik het met de minister eens dat instromers-in-opleiding geen les mogen geven in de bovenbouw van havo en vwo, en dat er geen concessies gedaan mogen worden aan hun niveau. Zij moeten beschikken over een hbo- of universitair diploma en over relevante maatschappelijke of beroepservaring.”

“Zij-instromers slepen een grote hoeveelheid bagage mee, die beslist niet onderdoet voor de vakinhoudelijke kennis van mensen die de lerarenopleiding hebben gevolgd”, vindt Adrie Eckhardt (53). Zij was reeds tientallen jaren werkzaam in de verpleging, als verpleegkundige en ziekenhuishygiëniste, toen ze werd getipt over een vacature in het onderwijs. Op een scholengemeenschap zochten ze al geruime tijd naar een docent voor het vak Verzorging. “Een fusie in het ziekenhuis bracht spanningen met zich mee en werken in het onderwijs leek me om die reden wel wat. Ik solliciteerde en kreeg de baan. ‘Dit is de lesmethode en dit zijn je klassen’ werd me meegedeeld. Ik kon na de vakantie direct beginnen. In de stof zag ik geen enkel probleem. Alleen om de pedagogische aanpak maakte ik me wel wat druk. Maar de kinderen in mijn brugklassen waren ook nieuw en het klikte meteen. Natuurlijk ben ik in alle valkuilen gevallen die er maar waren, maar het mócht. De reacties van kinderen, ouders en collega’s waren positief. En inmiddels heb ik ook de opleiding als zij-instromer afgerond. Ik sta nu volledig bevoegd voor de klas, bijna fulltime, en ben ook al mentor van een klas. Mijn enige zorg is niet te veel hooi op mijn vork te nemen. Want ook al ben ik erg enthousiast, ik moet me niet laten overhalen nog meer taken te vervullen. Maar ik denk nu: wow, dit is het! Ik vind het schitterend!”

Stef Blok glimlacht als hij het verhaal van Adrie Eckhardt hoort. Het is herkenbaar voor hem. Hij zegt telkens weer te constateren dat het plan voor de zij-instromers het negativisme in het onderwijs genadeloos heeft afgestraft. “Enkele jaren geleden nog was het imago van het onderwijs buitengewoon slecht. In het lerarenkorps heerste onvrede over van alles: het salaris, de druk, de stress. Toen voor mensen uit het bedrijfsleven de mogelijkheid werd geschapen om een baan in het onderwijs te krijgen, meldden duizenden zich aan. Al die mensen vonden een functie als leerkracht kennelijk heel aantrekkelijk. Dat was een keerpunt. De beroepsgroep moet nu ophouden zichzelf in de put te praten. Mensen die heel dicht bij de school staan, zoals ouders, vinden het onderwijs helemaal niet slecht. Sterker nog: hoe dichter mensen bij het onderwijs staan, hoe positiever men is!”

Leraarschap in trek
Het beroep van leraar raakt langzaamaan weer in trek. Uit cijfers van de lerarenopleiding blijkt dat ruim negen procent meer kandidaten zich hebben aangemeld voor een studie als docent in het voortgezet onderwijs. Het aantal kandidaten voor de opleiding tot leerkracht in het basisonderwijs steeg zelfs met 12,7 procent. De onzekere situatie in het bedrijfsleven door de economische recessie wordt gezien als de oorzaak van die toename. Ook voor Ton van Son was de zekerheid die het onderwijs biedt een reden om de overstap te maken van zakenleven naar leraarschap. “Ik had altijd al bijles wiskunde gegeven”, vertelt de hts’er werktuigbouwkunde. “En heel succesvol zelfs. De mythe dat ik in het onderwijs thuishoor, heeft me steeds achtervolgd. Het vormende, het bijdragen aan de toekomst van mensen, het selfsupporting werken en ook de vraag naar leerkrachten droegen er toe bij dat ik, toen ik beroepsmatig op een kruising van wegen stond, voor het onderwijs koos.”

Van Son (48) kwam in contact met mensen van Wordleraar.nl, het carrièrecentrum voor zij-instromers in het voortgezet onderwijs. Hij moest een portfolio opstellen van zijn competenties en kreeg vervolgens een tijdelijke lesbevoegdheid. Bovendien werd er voor hem een opleidingstraject samengesteld. Een van de eerste onderdelen van zijn ‘op maat’ gemaakte leerweg was een assessment, waarin zou worden bepaald welke, met name vakdidactische, vaardigheden hij nog miste. “Maar van een assessment is het nooit gekomen. Het solliciteren ging namelijk zo voortvarend, dat ik al snel een baan had. Ik kreeg een aanstelling voor vier uur wiskunde in de tweede klas praktische leerweg van het vmbo en later nog eens zeven uur zwangerschapsverlof in de theoretische leerweg van het vmbo (de vroegere mavo, red.) en de brugklas havo.” Van Son was blij met zijn nieuwe baan. Hij had er alle vertrouwen in dat hij zou slagen. “Met de vertrekkende docent besprak ik de leerlingen aan de hand van een klassenfoto. Ik kreeg het advies de tafels minimaal een meter uit elkaar te zetten, want de leerlingen waren moeilijk. Niet gehinderd door enige ervaring stapte ik het lokaal binnen. Het werd een ramp! Alles wat maar fout kon gaan, ging ook fout. Er werd ruzie gemaakt, met proppen en vliegtuigjes gegooid, geschreeuwd, gelopen… De stelling van Pythagoras werd mijn ondergang. In opperste verwarring ben ik naar huis gegaan. Daar heb ik gelachen en gehuild. Ik had het me heel anders voorgesteld.” Voor de zwangerschapsvervanging kreeg Van Son een mentor toegewezen, voor een uur per week. Die behoedde hem voor een tweede ramp. Vijf maanden hield hij het voor het schoolbord uit. “Maar ik had al te veel scherven gemaakt om het geheel te kunnen repareren. Ik constateerde dat mijn toekomst toch niet in het onderwijs lag. Het klikte gewoon niet tussen mij en het vak. Ik heb nu gekozen voor reïntegratiewerk en dat doe ik met veel plezier. Maar ik kijk absoluut niet met wrok op de tijd in het onderwijs terug.” 

Valkuilen dichten
Om de scholing van zij-instromers soepel te laten verlopen, pleit Stef Blok er voor valkuilen in het opleidingstraject snel te dichten. Hij haalt een voorbeeld uit zijn eigen omgeving aan: “Een goede vriendin van ons heeft rechten gestudeerd. Zij geeft nu al lessen maatschappijleer en wil ook Nederlands gaan doceren. Ze volgt daarvoor een opleiding. Laatst zat zij zwetend en bibberend bij ons thuis op de bank. Het bleek dat ze de volgende dag een, voor haar onbegrijpelijk, examen statistiek moest doen. Dat vind ik nu een onnodige drempel, en daar moeten we zo snel mogelijk van af.”

Adrie Eckhardt herkent die overbodige obstakels. “Tijdens de opleiding moest ik vakken volgen, waarvan ik dacht: waarom is dat nodig? Dit weet ik allemaal al.” Toch heeft Eckhardt persoonlijk ervaren dat het zij-instromersproject een plan is dat werkt. Ton van Son deelt haar mening, ondanks zijn minder positieve persoonlijke ervaring. “Ik had een collega-zij-instromer die vijftien jaar een eigen zaak had. Hij had echt lol in het lesgeven. Zo iemand brengt veel goeds de school binnen.” Onder meer om die reden zou het onderwijsveld zij-instromers met open armen moeten ontvangen, meent Stef Blok. “Zij-instromers zijn de toekomst! En een voorbeeld voor andere delen van de samenleving. De baan voor het leven is voorbij. We zullen flexibel om moeten gaan met loopbanen: na vijftien jaar op een bepaalde arbeidsplaats moet een werknemer over kunnen stappen naar een andere. In het onderwijs bijvoorbeeld. Maar andersom moet ook mogelijk zijn: van het onderwijs naar het zakenleven. Als werkgevers en werknemers daar verkrampt over doen, maken ze elkaar heel ongelukkig.”

Uit: Politiek!, 2004 - Foto: VVD